Vechtscheiding

Gouda, 4 augustus 2017

Het is zomer, de belangrijkste spelers van de formatie zijn op vakantie. Net als veel andere Nederlanders trouwens. De Nederlandse Spoorwegen zullen alleen nog genderneutraal omroepen. De rechter bepaalt dat New York Pizza een fastfoodketen is, en geen restaurant. STAP vindt dat we nog maar twee biertjes tegelijk op festivals mogen halen (alsof die rij nog niet lang genoeg is). De hoogslaperzaak tussen Leen Bakker en 1.200 koopjesjagers wordt op de voet gevolgd. Aan komkommers geen gebrek. Met bovengenoemde onderwerpen houden wij onszelf weken zoet. Menig columnist, specialist of opiniemaker voorziet dit nieuws van commentaar, waarop een ander volgt met een kritisch repliek, enzovoorts. Wees eerlijk, als dit de grote uitdagingen zijn van zomer 2017 dan gaat het toch eigenlijk heel erg goed?

Desalniettemin zijn er nog zat urgente onopgeloste zaken te bespreken. Onlangs werd ik geconfronteerd met een probleem dat mijns inziens al jaren onderbelicht wordt. Een probleem dat jaarlijks duizenden minderjarige kinderen voor het leven brandmerkt: vechtscheidingen. Inmiddels heb ik de leeftijd bereikt dat veel van mijn generatiegenoten beginnen aan het avontuur van het gezin: vaste baan, trouwen, huis kopen, kinderen krijgen. Het vult me met vreugde hen gelukkig te zien worden, maar tegelijkertijd houd ik mijn hart vast.

Ik zie het helaas vaak fout gaan. Liefde bekoelt; men wil van elkaar af. Wanneer een huwelijk conflictueus op de klippen loopt verworden de kinderen vaak tot de kern van het geschil tussen pa en ma. Hoewel beide ouders vaak oprecht het beste menen te willen voor hun kinderen, vertroebelt voor hen vaak het onderscheid tussen hun eigenbelang en het belang van het kind. Met alle gevolgen van dien. Voor de kinderen levert dit een existentieel probleem op. Zij waarop je als kind van nature het meest vertrouwt, zaaien ineens de diepst mogelijke verwarring in het jonge leven. Ouders geven tegenstrijdige signalen af en vergeten te makkelijk de band die het kind met de andere ouder heeft. Het gevolg is een onmogelijk loyaliteitsconflict dat een kind mentaal aan stukken scheurt.

Nog erger zijn de gevallen waarin de ouders kinderen gebruiken om hun eigen (financiële) belangen veilig te stellen. Wraakzuchtige ouders kunnen hun kinderen op veel manieren tegen de ander uitspelen: financiële chantage met alimentatie, zwartmaken, valse aangiften, frustratie van co-ouderschap, et cetera. Ouders dwingen kinderen partij te kiezen in het conflict dat niet de hunne is, wat er in het uiterste geval in resulteert dat het kind de andere ouder voor goed uit het oog verliest. Pure kindermishandeling. De psychische schade die volgt is evident. 

Natuurlijk zullen vechtende ouders hier en daar een punt hebben. De ex-partner zal echt wel eens onredelijk zijn geweest of een verkeerde beslissing hebben genomen. Maar een kind heeft belang bij ouders die – ondanks alles – elkaar op een respectvolle wijze behandelen. Dat heet volwassenheid. Zijn ouders daartoe niet bereid, dan is enige dwang geboden. Zijn ouders daartoe niet in staat, dan moet de samenleving de regie maar overnemen. De belangen zijn simpelweg te groot.

Soms doet een politicus of beleidsmaker een stap in de goede richting. Zo worden scheidingszaken tegenwoordig behandeld door één rechter in plaats van meerdere. Ook zijn de lijnen tussen de rechtspraak en de psychische hulpverlening verkort. Het kind kan door de rechter een eigen belangenbehartiger (bijzonder curator) aangewezen krijgen. Onlangs opperde advocaat Richard van der Weide in de NRC onder meer om ouderverstoting strafbaar te stellen. Het gaat de goede kant op, maar het is niet genoeg. De stappen zijn klein en het duurt lang voordat ze genomen worden.

Wat in ieder geval nog ontbreekt is een informatiecampagne. Maak dit onderwerp besprekbaar op scholen. Men dient zich bewuster te worden van dit probleem en signalen te leren herkennen. Wanneer zich een scheiding voltrekt, kan het ook geen kwaad als naaste af en toe aan een kind vragen hoe het met hem gaat. Een beetje bemoeienis uit de omgeving is in zo’n situatie gerechtvaardigd. Hulpverlening dient eenvoudig en onafhankelijk van de ouders toegankelijk te zijn voor het kind. Kortom: meer omzien naar elkaar. Voor het te laat is.

Want we willen allemaal dat ieder kind onbezorgd buiten kan ravotten en ’s avonds met een gerust hart in slaap valt in zijn veel te goedkope Leen-Bakkerhoogslaper.